Stichting Wees Kind draagt eraan bij om de globale armoede te bestrijden en wel op de meest praktische manier: we leren de arme bevolking in Peru zichzelf helpen. Hoewel de situatie in Peru drastisch verbeterd is sinds wij in 2003 met onze hulpverlening begonnen, zijn we er nog lang niet. Op dit moment leven nog meer dan 7 miljoen Peruanen in armoede en ondervoeding (met alle gevolgen van dien) en bloedarmoede zijn aan de orde van de dag in veel gebieden.

Meisjes die in 1990 zijn geboren, hadden een levensverwachting van 73 jaar, terwijl jongens van die periode gemiddeld 69 jaar zouden kunnen worden. In 2012 was dat voor beide groepen al 79 jaar, wat goed nieuws is. Tegenwoordig wordt bijna 90% van alle kinderen in het ziekenhuis geboren, een ontwikkeling die zeker aan de hogere levensverwachting heeft bijgedragen. Er gaan ook meer vrouwen naar het voortgezet onderwijs dan voorheen en er is een duidelijke stijging waarneembaar in het aantal vrouwen dat een universitaire opleiding heeft gevolgd, al is dat nog steeds maar 16%.

Onze projecten die als sinds 2003 aan deze verbeteringen hebben bijdragen zijn:

1. Twee eetlokalen waar dagelijks 150-200 kinderen, zwangere moeders en ouderen worden gevoed en activiteiten en voorlichting aangeboden krijgen.

2. Kindertehuis Los Pinos in Huaraz, waar we in het verleden een grote groep kansarme kinderen opvingen en waar nu nog 1 van de meisjes van deze oorspronkelijke groep kinderen woont.

3. Een studiefonds waarmee we de jonge dames die het kindertehuis al hebben verlaten, opvang aanbieden (aan hen die niet bij familie terecht kunnen) en een studiebeurs en studiebegeleiding geven om ze een betere toekomst te geven.

Stad versus het platteland

Peru is een land van grote verschillen. De totale economie is groeiende, maar tegelijk neemt de armoede en de ongelijkheid toe. De steden zijn er economisch gezien hard op vooruit gegaan, maar op het platteland leeft bijna de helft van de mensen onder de armoedegrens. Vooral in de hoofdstad Lima zijn de verschillen tussen arm en rijk goed zichtbaar. In deze miljoenenstad neemt de middenklasse toe, maar terwijl hun koopkracht toeneemt, blijft die van de mensen in de sloppenwijken gelijk.

In de Andes is het minder direct zichtbaar omdat mensen verspreid wonen, maar is er veel verborgen armoede. Kinderen leven daar met hun ouder(s) doorgaans in een huisje van klei of in een hut en er is niet elke dag te eten. Of het eten dat ze zelf kunnen telen is niet veelzijdig genoeg, met alle gezondsheidsproblemen van dien.

Door de uitzichtloosheid van hun situatie raken veel ouders aan lager wal en worden kinderen slecht gevoed, mishandeld, misbruikt en gedwongen te bedelen of op het land te werken.

Lokale hulp

Toch zijn er mensen die zich over deze kinderen ontfermen. In de bergstad Huaraz zijn dat de zusters van de congregatie Madre Maria Teresa Cámera. Stichting Wees Kind maakt dit mogelijk door vanuit Nederland geld, hulpgoederen en kennis in te zetten in nauwe samenwerking met de nonnen en lokale sleutelfiguren.