Sinds 2003 hebben we de lokale bevolking geleerd zichzelf te helpen. Hoe we dat deden?

Hoe bereik je als kleine stichting dat de mensen die je helpt minder afhankelijk zijn je (buitenlandse) hulp? Dat is een vraag die ons jarenlang bezighield en waarop we langzaam maar zeker het antwoord hebben gevonden.

Er is pas ruimte voor zelfontwikkeling als aan de basisbehoeften is voldaan. Zonder een dak boven je hoofd, kleren aan je lichaam en voedsel in je maag kun je niet werken, of je toeleggen op een educatie of nadenken over hoe je kinderen beter op te voeden. Het begint natuurlijk bij motivatie, maar om hun doelen te kunnen bereiken, hebben de allerarmste mensen in de samenleving eerst een zetje in de rug nodig. Vooral als het land waarin ze wonen geen vangnet voor deze groep biedt...

Wat wij met Stichting Wees Kind in Peru voor elkaar hebben gekregen is dat een grote groep jonge meiden, voormalige bewoners van kindertehuis Los Pinos en een groep moeders, nu zelfraadzaam zijn.
Dat betekent voor de voormalig afgestane kinderen dat ze zonder hulp van buitenlandse sponsors kunnen rondkomen. Voor de ouders van de kinderen in de eetlokalen betekent het dat ze zelfstandig de projecten kunnen leiden en nu ook lokaal fondsen kunnen werven.

Hoe kwam die empowerment tot stand?

Dit ging natuurlijk niet vanzelf, dus eerst gaven wij ze (henzelf en/of hun kinderen):

  • Veelzijdig eten en basis tandheelkunde, dus een betere gezondheid
  • Materialen zoals schoeisel, kleding, tandenborstels, kookgerei en wol
  • Voorlichting, een vakopleiding of beroepstraining, dus een betere kennis
  • Begeleiding en een 'buurthuis', dus meer sociale omgang en controle
  • Werkervaring en ervaring met verslagen schrijven en foto's maken, dus meer carrièrekansen

Toen...

Toen we in 2003 door een groep nonnen gevraagd werden om hen te helpen met de oprichting van een kindertehuis, troffen we veel gezinnen aan in Lima en Huaraz die zo arm waren dat zij de zorg voor hun kinderen niet aankonden. Wij waren in de veronderstelling dat de nonnen weeskinderen wilden opvangen, vandaar ook de naam Stichting Wees Kind, maar het bleek vooral te gaan om verlaten, misbruikte of afgestane kinderen. Andere arme kinderen uit de streek konden nog wel thuis wonen, maar zij waren zo ondervoed, ongeschoold en vervuild dat het noodzakelijk was ze een dagelijkse maaltijd te geven in gaarkeukens dichtbij de scholen. 

De nood was zo hoog dat we de 1e jaren het kindertehuis en enkele gaarkeukens financierden zonder de oorzaak aan te pakken, maar het duurde niet lang voor we gingen nadenken over de toekomst. Per 2006 zijn we daarom voor een Studiefonds gaan sparen, met als doel om de kinderen van het tehuis niet terug te sturen naar hun arme gezinnen, maar in plaats daarvan een opleiding te geven zodat ze hun ouders, broers en zussen en wellicht ook anderen kunnen helpen.

Ook in de eetlokalen begonnen we meer en meer te handelen naar het wijze gezegde: "Geef een man een vis en hij heeft eten voor een dag, leer een man vissen en hij heeft eten voor de rest van zijn leven." We begonnen met het opleiden van de nonnen en de sleutelfiguren uit het lokale team om zelf hun administratie te voeren en zelf programma's te bedenken om de lokale bevolking te helpen. Ze ontplooiden initiatieven zoals een moestuin, dieren houden voor vlees en alle ouders vragen als vrijwilliger te komen helpen koken en schoonmaken.

Hoe minder geld er beschikbaar was in Nederland, door de GFC, hoe meer we de lokale bevolking moesten inschakelen om hun eigen projecten te leiden, dus spoorden we de Peruaanse teamleden ook aan om te gaan netwerken en sponsoracties te organiseren. Na verloop van tijd werd dit beleid. Zonder eigen inbreng, konden ze niet langer op onze hulp rekenen.

Op een plek waar de gemeenschap slechts hun hand ophield en zich niet voldoende inzette, ondanks vele pogingen van onze projectmanagers om ze erin te betrekken, hebben we het eetlokaal gesloten. De kinderen van dat lokaal, die anders de dupe zouden worden van de lakse houding van hun ouders, mogen in ons andere eetlokaal alsnog een maaltijd komen halen, al moeten ze daar wel veel verder voor lopen.

En nu....

Nu, ruim 10 jaar later, worden onze projecten bijna geheel aangestuurd door een groep sterke Peruaanse vrouwen (en 1 jongeman). Een van de projectcoördinatoren heeft van ons een studiebijdrage gekregen en zij is nu lerares. Diverse voormalige keukenassistenten zijn nu full-time kok. Ook de nonnen hebben grote sprongen vooruit gemaakt sinds 2003 en zij doen de administratie in Excel, en mailen, bellen en Skypen ons.

Ook zijn de eerste jonge dames uit het tehuis al afgestudeerd, dus is onze toekomstvisie voor hen waargemaakt. Ongeveer de helft van de 21 kinderen die wij helpen zijn al in staat voor zichzelf en voor hun families te zorgen (enkelen zijn afgehaakt en anderen zijn nog niet zover omdat ze nog niet volwassen zijn. Die meiden die hun opleiding afmaakten, hebben goede kans om hun hele gezin uit de armoede te halen, want zijn nu verpleegster, gids, kok, hostess, verkoopster...  Sommigen zijn al moeder en we zijn vol goede hoop dat de cirkel van armoede voor hun families is doorbroken en hun kinderen niet in het soort wanhopige situaties belanden waar de nonnen hen in 2003 aantroffen. Het geeft ons ontzettend veel voldoening om via de chat of de mail van hen te horen en te zien hoe ze zijn uitgegroeid tot sterke jonge vrouwen die hun eigen koers varen en graag iets voor hun samenleving willen betekenen. 

Nieuwsarchief

Nederlandse Partners

Overseas Partners